De twaalfde-eeuwse Hildegard van Bingen beschrijft twee visioenen waarin ze de ordening van het universum zag. Het ene gaf het universum weer in de vorm van een ‘kosmisch ei’, het andere als een ‘kosmisch rad’. Ze tonen een totaalvisie op de schepping, die haaks staat op de visie van de moderne mens, die de maat lijkt van alle dingen. Hildegard van Bingen (1098-1179) zag in haar visioenen het hele universum in een totaalbeeld. Zij schouwde God, heel de kosmos en de mens als één werkelijkheid: een heilige ruimte waarin alles een plaats heeft. Zij herkende God in de mens en
Het volledige artikel lezen?
Dit artikel is voor Basis- en Premium-leden.
Log in en lees verder. Nog geen lid?
Krijg toegang tot ruim 6.700 artikelen over levensvragen, spiritualiteit, opinie en maatschappij en verdiep je in wat geloof en theologie betekenen voor het leven van vandaag.
Bekijk Basis & Premium >
InloggenLid worden